|
Doorzoeken:
Koren en vaar - 14.01.1991
Er stond eens een eenzame korenaar In een kaal open veld, ten prooi aan de wind Af en toe sprak hij de ooievaar Als die klaar was met werken, het slepen van kind 'Hoe', zei de ooievaar, 'hou je het vol? Dat eenzame staan en dat loze oreren Die kluiten hier zullen er echt niets van leren Zo'n nutteloosheid, word je daarvan niet dol?' 'Welnee', zei de aar, 'kijk, brood word ik nooit Maar ik schrijf met die kluiten wat melodieën! En voordat er, eind van het jaar, wordt gehooid Opera's, dichtwerk en prachtparodieën En die kleìne kluit daar, bij je poten, die gooit Met de meest morbìde fantasieën!' terug | home |