|
Doorzoeken:
Nounounounou? - 07.10.1988
Ik blikt' in de ogen der haai in den tank Verlopen oogjes, daarmee keek hij door de ruit Zijn neus verbogen, keek de haai de bak van binnen uit Veel kouder nog, zwierzwaaiend in zijn zwenk Ach, kon het schoelje vrij en vrolijk zwemmen Dan had hij voorzeker mij woest met gans gebit Geregen aan zijn koel en bloedig spit Een boze hongerhaai, dat is slecht temmen Want moordenaars dat zijn het, dat staat rotsvast Glibberend glad, net een haring met uitjes Die achter in uw keel plotsklaps met bloeddorst in u tast Gegrepen door de aanblik van dit serpent Kijkt hij u aan, u maakt zachte geluidjes Maar had u daar gezwommen, was u dan wat u nu bent? Bij wijze van junk in het portiek van de Sonesta grillroom geschreven. Ik snap niets van poƫzieanalyse! terug | home |